Achtergrondartikel

Frank van Eekeren: “De breedte van onze kennisagenda is voor Japan innovatief”

Pieter van der Meer

27-10-2016

Minister Edith Schippers tekende afgelopen vrijdag in Japan een overeenkomst voor nauwere samenwerking tussen Nederland en Japan richting Tokio2020. Het was het sluitstuk van een economische missie waar ook 22 vertegenwoordigers van Nederlandse kennisinstellingen op het gebied van sport met mee waren gereisd. Frank van Eekeren (Universiteit Utrecht), liet terug in Nederland weten dat de reis voor de relatie met Japan goed was geweest, maar ook voor de verhoudingen binnen de Nederlandse instellingen. “We zijn steeds meer een sector met elkaar aan het worden.”

Medium 5811db2e4555b8009bf3bb99 1825fd823393c693e5c0

Nederland is er op tijd bij

De reis naar Japan was niet de eerste economische missie vanuit de Nederlandse sportwetenschap. Vorig jaar leidde minister-president Rutte samen met minister Kamp al een grotere missie met 40 vertegenwoordigers uit de sportwetenschap.

Volgens Frank van Eekeren (bij de UU senior adviseur en onderzoeker en tevens coördinator van het focusgebied Sport & Society) heeft Nederland op het juiste moment geanticipeerd op die relatie. “Je ziet nu dat na Rio meerdere landen de aandacht op Japan gaan richten. Wij zijn er op tijd bij geweest. Het kwam vorig jaar mooi uit, omdat die economische missie in brede zin gepland stond en wij in Nederland tegelijkertijd de discussie aan het voeren waren over de kennisagenda sport.” De eerste contouren voor die agenda werden ook tijdens die missie in Tokio gezet tijdens het overleg dat nu bekend staat als het ‘Tokio Bay-overleg’.

Brede missie

De missie van afgelopen week had een brede insteek, vertelt Van Eekeren. “Van wetenschappers van de TU/ Delft die bezig zijn met het tijdritpak van Tom Dumoulin, experts op het gebied van aangepast sporten tot aan wij bij de Universiteit Utrecht waar we gericht zijnop de sociale kant van sport: wat kun je bijvoorbeeld met sport in achterstandswijken?” Juist die brede kijk op sport is voor de Japanners interessant, heeft hij gemerkt. “Daar onderscheiden wij ons echt mee ten opzichte van andere landen die vooral komen voor technologie en data science gefocust op topsport. In de breedte hebben we in Nederland op alle fronten goede mensen zitten. Wat we ook laten zien: dat past allemaal binnen één kennis- en onderzoeksagenda. Dat is voor de Japanners tamelijk innovatief.”

Breedtesport nieuw in Japan

In Japan gaat het bij innovatie vooral om technologie, vooral gericht op topsport. Breedtesport en maatschappelijke vraagstukken in relatie tot sport zijn in Japan relatief nieuw, merkte Van Eekeren twee jaar terug al. “Ik moest een presentatie geven over sport for development, maar daar hadden ze geen letterlijke vertaling in de Japanse taal voor. Als ze die drie woorden gingen vertalen kwamen ze op een betekenis als de ontwikkeling van de sport zelf. Dat geeft wel iets aan.”

Tegelijkertijd gaat de ontwikkeling richting Tokio2020 wel hard nu rond het creëren van social legacy. “Wij hebben met Rio en Johannesburg in de favelas en townships bij het WK voetbal al behoorlijk wat kennis en ervaring opgedaan hoe je die social legacy in beeld kan brengen en kan vergroten. Daar is ook veel vraag naar aan Japanse kant.”

Sport in tsunami-gebied

Dat merkte hij ook bij een bezoek aan de Universiteit van Tsukuba, waar de Universiteit Utrecht een samenwerkingsovereenkomst mee tekende. Gevraagd naar de thema’s die voor die universiteit belangrijk zijn, werden de sociale gevolgen van de  tsunami genoemd. “Inwoners van die gebieden zijn geëvacueerd en op een andere plek terecht gekomen met nieuwe buren, waar de onderlinge cohesie minder is dan voorheenDat gaat niet altijd even soepel. De vraag is: welke betekenis kan sport hebben in deze situatie?  Daar willen de Japanners graag onderzoek naar doen. Ze willen ons daarbij betrekken omdat wij ervaring hebben met dat soort sociale cohesie vraagstukken.”

Andere thema’s die werden aangehaald zijn de vergrijzing en daarbij samenkomende vereenzaming. “Dat gaat over het algemeen goed in Japan. Zij kijken nu ook naar experimenten om kinderopvang en ouderenzorg op een of andere manier met elkaar in verbinding te brengen.”

 

“Wij kunnen elkaar als sector versterken. Dat is ook echt de winst van zo’n missie.”

Leren van Japan

Van Eekeren denkt dat Nederland ook nog veel van Japan kan leren met betrekking tot sociale vraagstukken. “We hebben ook gezien hoe op een junior high school lichamelijke opvoeding wordt gegeven. Wat ik daar zelf interessant vond, was de integratie van kinderen met beperking op een gewone school, ook bij gymlessen. Mooi om te zien.” Iets anders wat hem in Japan was opgevallen was het verweven van normen en waarden in de sport. “Wat ik bijvoorbeeld heel sterk vind is hoe zij de verbinding kunnen leggen tussen hun eigen cultuur en waarden in de sport. Met martial arts, respect en discipline. Daar zijn voor ons zeker dingen in te leren. Denk aan grensoverschrijdend gedrag op onze sportvelden.”

Duurzame relaties

De handelsmissie van afgelopen week krijgt wat Van Eekeren betreft zeker een vervolg. “Het zal de komende tijd wat meer op institutioneel niveau plaatsvinden. Zo ontvangen wij in februari het College van Bestuur van de Universiteit van Tsukuba in Utrecht om verdere afspraken te maken, onder andere over de mondiale sportmaster die wij samen aan het opzetten zijn. Het lijkt mij verder zinvol om volgend jaar met het collectief weer een reis te plannen. Dan kun je ook elkaars voortgang blijven volgen en elkaar stimuleren. In Japan zijn duurzame relaties buitengewoon belangrijk.”

Van Eekeren vond het prettig om met zo’n diverse groep sportwetenschappers op pad te zijn, laat hij tot slot weten. “Wij kunnen elkaar als sector versterken. Dat is ook echt de winst van zo’n missie.”

Foto: Twitter / NLinJapan

Gerelateerde Artikelen

GERELATEERDE ORGANISATIES

GERELATEERDE PPROJECTEN